Wat u moet weten over werkhonden...

workingdogs

Tussen 10.000 – 15.000 jaar geleden ontstond er een speciale relatie tussen de mens en de wolf.

Beide soorten zagen wel enig voordeel in de ander: De wolf kon mee helpen met de jacht en waarschuwde voor indringers. De mens, op zijn beurt, had gemakkelijk eten ter beschikking. Aangezien zowel mens als wolf groepsdieren zijn die leven volgens een bepaalde hiërarchie was het niet zo moeilijk om de wolf te domesticeren.

Vanuit deze domesticatie beseften mensen dat ze door middel van gericht fokken bepaalde genetische eigenschappen prominenter tot uitdrukking konden brengen. Op deze manier konden honden ingezet worden voor verschillende doeleinden.
Eeuwenlang waren honden op de eerste plaats een werktuig. Indien ze niet deugden in hun werk werden ze afgemaakt, klaar voor de volgende die wél zijn taken met glans uitvoerde (en hierdoor ook sterker genetisch materiaal doorgaf voor die bepaalde taak). Hun functionaliteit en werkdrift waren belangrijkere criteria dan hun uiterlijk en aaibaarheidsfactor.

Naarmate meer rassen gefokt werden en er regels werden opgesteld rond deze rassen, onstonden de rassengroepen. Alle rassen werden hierdoor onderverdeeld in 10 groepen, waar ze gerangschikt worden volgens functionaliteit en temperament (wat onrechtstreeks ook voor een onderverdeling in uiterlijke kenmerken zorgde. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar terriërs, zie je hier toch grote fysiologische verschillen), zijnde:

  1. Herdershonden en veedrijvers
  2. Pinchers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden
  3. Terriërs
  4. Dashonden
  5. Spitsen en oertypes
  6. Lopende honden en zweethonden
  7. Voorstaande honden
  8. Retrievers, waterhonden en spaniëls
  9. Gezelschapshonden
  10. Windhonden

Alhoewel zo goed als alle honden tegenwoordig als gezelschapsdier gehouden worden kan men ze nog steeds in deze lijst onderverdelen. 

Om aan de wensen van de moderne mens te voldoen ging men steeds meer honden fokken die geschikt waren als huisdier: Rustiger, minder ‘drift’ en minder temperamentvol. Zo ontstonden er twee grote groepen die de rasgroepen (met uitzondering van de gezelschapshonden aka schoothonden) overkoepelen: Werklijnen en showlijnen.
Erkende fokkers zullen in het uitkiezen van bloedlijnen toespitsen op één van deze twee categorieën, afhankelijk van de functie die de honden zullen vervullen.

Net zoals mensen houden honden van uitdaging en een doel.
Net zoals mensen zijn ze gevoelig aan het leuke gevoel van ergens in slagen, en het onaangename gevoel van falen en zinloosheid.
E
lke hond, of hij nu van een showlijn of werklijn komt, moet men mentaal en fysiek stimuleren. Alleen… bij werkhonden liggen hun driften, energielevels en temperamentvolle karakters een pak hoger waardoor de nodige stimulatie evenveel tijd in beslag neemt als het nemen van een tweede job.

Indien deze honden hun mentale en fysieke energie niet kwijt kunnen en ondergestimuleerd door het leven gaan, zie je dat hun natuurlijke driften en temperamenten wel eens op een hele negatieve manier tot uiting kunnen komen. 

Border Collies zijn genetisch voorbestemd om drijfgedrag te vertonen. Bij onderstimulatie en een tekort aan structuur en discipline zie je vaak volgende problemen terugkomen: Drijven op leden van het gezin, drijven op fietsers en auto’s.

Mechelse herders zijn genetisch voorbestemd om een liefde te hebben voor bijten en grijpen. Bij onderstimulatie en een tekort aan structuur en discipline zie je vaak: Ongecontroleerd bijtgedrag, agressie, verwoesten van interieur.

Huskies zijn genetisch voorbestemd om te lopen en een groot uithoudingsvermogen te hebben. Bij onderstimulatie en een tekort aan structuur en discipline zie je vaak dat ze zich ontpoppen tot echte Houdini’s die met gemak uit de tuin breken en zelf op avontuur gaan en overvloedig huilen.

Sommige rassen worden al zo lang gebruikt om werk te verrichten dat de verschillen tussen showlijnen en werklijnen niet duidelijk zijn. Mechelse herders, Duitse herders, border collies, Jack Russells, vizsla’s en vele andere herders, jachthonden en terriërs blijven grotendeels hun pit behouden, zelfs in de showlijnen, en hebben meer beweging en stimulatie nodig dan pakweg een Engelse bulldog of een Basset.

Vaak zien deze honden er stoer uit of heeft men ooit de afgetrainde versie gezien in een show of film. Zonder eerlijk naar de eigen levensstijl te kijken maakt men dan de keuze om zo een ras in huis te halen, met soms ernstige incidenten als gevolg.

Daarom, voor u een werkhond in huis haalt, zou u uzelf volgende vragen moeten stellen:

  • Ben ik bereid vanaf de eerste dag dat ik mijn hond in huis haal, hulp in te schakelen van een professional, die mij uitleg geeft over hoe ik het temperament/energieniveau in goede banen kan leiden en hoe ik mij als baas moet opstellen?
  • Ben ik bereid om consequent en op dagelijkse basis uren van mijn vrije tijd op te geven om mijn hond mentaal en fysiek te vermoeien, eventueel door het beoefenen van een hondensport, en hiervoor ontspanning, sociale momenten met vrienden en familie of zelfs vakantie aan de kant te schuiven?
  • Ben ik bereid om mijn hond niet op te geven indien deze materiële schade toebrengt op mijn domein en mijn hond te muilkorven indien deze tendensen vertoont van agressie naar vreemden of ervoor te zorgen dat hij op een andere veilige plek kan gehouden worden als mensen (vrienden, familie, bezoek) mijn huis betreden?

Indien u op één van deze drie vragen “NEEN” hebt geantwoord is het beter onderzoek te doen naar andere rassen. U zal ongetwijfeld een ras vinden die perfect is voor uw gezin en uw levensstijl en waar u veel plezier aan zal beleven.

Indien u op deze 3 vragen “JA” hebt geantwoord is het belangrijk eerst en vooral goed informatie in te winnen bij erkende fokkers en u te laten begeleiden in de keuze van uw pup of hond!

Succes!

 
 
Geschreven door Sarah - Saraïka
share on social media

Abonneer je...

...en krijg  updates van Hond! als eerste.

15585
Scroll to Top